Lezen
Verschillende leesvormen.
Duo/tutorlezen.
Elke middag starten we met een leesvorm. Twee keer in de week is dag duo/tutorlezen. De leerlingen lezen in tweetallen. Als de leerlingen hetzelfde niveau hebben heet het duolezen, als een goede leerling met een minder goede leerling leest, heet het tutorlezen. Bij tutorlezen is er meestal sprake van een bovenbouwleerling met een onderbouwleerling. Tutorlezen is er op gericht dat de bovenbouwer de onderbouwer helpt bij het lezen en door samen te lezen kan de minder lezende leerling zich optrekken aan de beter lezende leerling.
Mandjeslezen.
De twee andere middagen lezen we met de mandjes. Hierbij rouleren een aantal mandjes met verschillende soorten boeken. Er kan een mandje zijn met stripboeken, weetboeken, mopjesboeken, prentenboeken, engelse boeken, etc. Bij mandjeslezen staat het plezier voorop.
Stillezen.
Op verschillende momenten in de week gaan de kinderen stil lezen met een boek uit de klassenbibliotheek. In de middenbouw worden er boekverslagen over gemaakt. Bij het stillezen gaat het erom dat iedereen aan het lezen is (ook de juf ) en zo wordt het belang van het lezen, en het plezier, onderstreept.
Vaak staat stillezen ook op de taakbrief, als extra opdracht. Dan lezen de kinderen, die klaar zijn met hun taakbrief in hun leesboek.